Twee maten, één rekening: hoe de overheid pensioenen en vermogen dubbel belast
Meten met twee maatstaven:
hoe de Nederlandse staat burgers onder druk zet via pensioenen en belastingen.
Nederland kent een lange traditie van spreken over eerlijkheid en gelijke behandeling. Politici benadrukken graag dat “sterke schouders de zwaarste lasten moeten dragen” en pensioenfondsen herhalen dat “iedereen in hetzelfde schuitje zit.”
Maar achter deze retoriek gaat een ongemakkelijke waarheid schuil: de overheid en de pensioenfondsen meten met twee verschillende maatstaven, afhankelijk van wie er voordeel bij heeft.
Lage rendementseisen bij pensioenen
Wanneer het gaat om wat pensioenfondsen moeten uitkeren aan hun deelnemers, hanteert de overheid een extreem lage maatstaf. Door te rekenen met extreem lage rekenrentes wordt structurele onderprestatie voorgesteld als onvermijdelijk.
Grote fondsen als ABP, PFZW en APG hebben miljarden minder uitgekeerd dan redelijk zou zijn geweest bij marktconforme rendementen. Het verschil – het misgelopen rendement – loopt in individuele gevallen op tot meer dan een miljoen euro. Voor deelnemers betekent dit dat decennia van inleg nauwelijks compounding hebben opgeleverd.
De boodschap aan gepensioneerden luidt: “Wees blij met stabiliteit, meer zit er nu eenmaal niet in.”
Hoge rendementseisen bij belastingheffing
Zodra het gaat om de belastingheffing van individuele burgers, draaien de maatstaven 180 graden om. Bij de vermogensrendementsheffing in Box 3 gaat de Belastingdienst uit van hoge fictieve rendementen, ongeacht de werkelijkheid.
Huizenprijzen die door geldcreatie en inflatie kunstmatig stijgen, leiden tot absurde WOZ-waarden: stijgingen van 30% of meer in één jaar zijn geen uitzondering. Over die opgeblazen waarden wordt een fictief rendement van circa 6% berekend, belast tegen 36%.
Of dat rendement werkelijk behaald wordt, doet er niet toe. De boodschap is: “U heeft vermogen, dus u kunt het dragen.”
De dubbele standaard
Hier zien we de essentie van meten met twee maatstaven:
Pensioenen → doelpaal omlaag: lage rendementseisen, lage uitkeringen, onderprestatie verhuld.
Box 3 → doelpaal omhoog: hoge fictieve rendementen, zware belastingdruk, geen relatie met realiteit.
Voor de burger betekent dit een dubbele klap: eerst wordt compounding onmogelijk gemaakt door onderbetaling van pensioen, daarna wordt individueel vermogen afgeroomd via een belasting op verzonnen winsten.
De gevolgen
Deze dubbele standaard veroorzaakt drie grote problemen:
1. Ongelijke behandeling – burgers worden benadeeld afhankelijk van of zij via een fonds of individueel sparen.
2. Structurele kapitaalvernietiging – de mogelijkheid tot vermogensgroei verdwijnt, zowel collectief als privé.
3. Verlies van vertrouwen – regels worden ervaren als willekeurig en opportunistisch, niet als objectief of rechtvaardig.
Conclusie
Wat in Nederland gepresenteerd wordt als eerlijkheid en gelijke behandeling is in werkelijkheid meten met twee maatstaven. Pensioenfondsen en overheid beschermen hun eigen belangen door enerzijds lage rendementen te accepteren wanneer ze zelf moeten uitkeren, en anderzijds hoge rendementen te veronderstellen wanneer ze belasting innen.
Echte rechtvaardigheid betekent dat dezelfde norm wordt toegepast: ofwel realistische rendementen voor beide kanten, ofwel een consistente benadering van risico en opbrengst. Zolang de doelpalen verschoven blijven worden, is er geen sprake van gelijkheid – maar van structurele uitbuiting van burgers die decennialang hebben bijgedragen en meegebouwd aan dit stelsel.
3 juni 2025
Review zonder uitnodiging